Oorzaken en klachten
Reumatische aandoeningen, jicht, eerdere operaties, letsel en aangeboren afwijkingen zoals heupdysplasie kunnen het kraakbeen beschadigen. Ook leeftijd en overgewicht kunnen het risico verhogen.
-
Pijn in de lies en/of bil, soms uitstralend naar de knie.
-
Stijfheid bij het opstaan en een beperkte rotatie en buiging van de heup.
-
Een beperkte loopafstand en, in een gevorderd stadium, mogelijk mank lopen.
Wanneer is een totale heupprothese nodig?
Wanneer uw loopafstand ernstig beperkt is en niet-operatieve behandelingen, zoals pijnmedicatie, gewichtsverlies, aanpassing van activiteiten en fysiotherapie, onvoldoende verlichting bieden, kan uw orthopedisch chirurg een totale heupprothese adviseren.
Bij gevorderde artrose zorgt een totale heupprothese doorgaans voor aanzienlijke pijnvermindering en een betere mobiliteit.
Implantaatkenmerken en levensduur
De keuze voor een gecementeerde of ongecementeerde prothese en voor de gebruikte lageroppervlakken wordt afgestemd op uw botkwaliteit, leeftijd en operatieve planning.
Een totale heupprothese kan vele jaren meegaan, maar de levensduur verschilt per patiënt en implantaat. Het resultaat hangt onder meer af van leeftijd, activiteit, gewicht, botkwaliteit, operatietechniek en complicaties zoals een infectie of loslating.
Risico's
Zoals bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. De risico's van een totale heupprothese omvatten onder meer:
-
Infectie.
-
Trombose en longembolie.
-
Luxatie van de prothese.
-
Periprothetische fractuur.
-
Nabloeding of wondproblemen.
Bespreek uw persoonlijke risicoprofiel met uw orthopedisch chirurg en roep direct medische hulp in bij koorts, toenemende pijn, roodheid, zwelling of ademhalingsproblemen.
Revisie van een heupprothese
Hoewel een primaire heupprothese doorgaans zeer succesvol is, heeft een klein deel van de patiënten uiteindelijk een revisieoperatie nodig.
Waarom een revisie nodig kan zijn
Een heupprothese kan na verloop van tijd falen door slijtage, een infectie, een fractuur rond het implantaat, loslating of instabiliteit met herhaalde luxaties.
Diagnostisch onderzoek
De beoordeling omvat lichamelijk onderzoek, röntgenfoto's en vaak bloedonderzoek wanneer een infectie wordt vermoed. Een CT- of MRI-scan met metaalartefactreductie kan aanvullende informatie geven.
Behandelingsaanpak
De behandeling hangt af van de oorzaak, zoals een infectie, aseptische loslating, slijtage, luxatie, een periprothetische fractuur of een mechanisch probleem.
Revisiechirurgie is maatwerk en dient te worden uitgevoerd in een ervaren centrum met een gespecialiseerd orthopedisch team, microbiologische ondersteuning, intensivecarefaciliteiten en multidisciplinaire revalidatie.